In mijn vorige blog vertelde ik hoe ik verlangde naar de winter. Naar sneeuw die als een zachte deken over de wereld zou vallen en mij eindelijk toestemming zou geven om stil te staan.
Maar sneeuw heeft ook een andere kant.
Dat leerden we al tijdens onze allereerste winter in Zweden.
Toen werden we compleet overvallen door een sneeuwstorm. Niet door de hoeveelheid sneeuw alleen, maar vooral doordat het zware, natte sneeuw was. Er zat enorm veel vocht in de lucht en het vroor maar net genoeg om alles wit te maken. Iedere nieuwe sneeuwvlok maakte de laag zwaarder.
Richard was op dat moment nog in Nederland.
Ik probeerde hem op te halen, maar kwam niet verder dan twee dorpen verderop. Onze all-seasonbanden, waarvan we dachten dat ze prima zouden voldoen, bleken absoluut niet geschikt voor een Zweedse winter.
Vijf keer kwam ik vast te staan.
Vier keer wist ik mezelf nog los te krijgen.
De vijfde keer gaf ik het op.
Richard bereikte uiteindelijk met trein en bus Oskarshamn, waar een lieve buurvrouw hem gelukkig kon ophalen.
Ondertussen zaten we thuis vierentwintig uur zonder stroom. Buiten hoorde ik voortdurend takken kraken. De bomen om ons heen bezweken letterlijk onder het gewicht van de sneeuw en ook een grote tak van onze appelboom brak af.
Met een pan op de gloeiende kooltjes van onze houtkachel kookte ik water voor thee en om te kunnen koken.
Spannend was het zeker.
Maar achteraf kijken we er ook met een glimlach op terug. Het was onze eerste echte kennismaking met een Zweedse winter.
Je zou denken dat je daarna overal op voorbereid bent.
En eerlijk gezegd waren we dat afgelopen winter ook.
Of dat dachten we tenminste.
We wisten dat er sneeuw voorspeld werd. Het hout lag droog onder het afdak. De sneeuwscheppen stonden klaar. De auto stond onder de carport en inmiddels kunnen we zelfs koken op onze vedspis als de stroom uitvalt.
We hadden geleerd van onze eerste winter.
Alleen hadden we geen rekening gehouden met één ding.
Dat de natuur zich niets aantrekt van onze voorbereidingen.
In onze regio viel een uitzonderlijke hoeveelheid sneeuw. Zoveel zelfs dat mensen vertelden dat ze dit in jaren niet meer hadden meegemaakt.
Uiteindelijk lag er tussen de tachtig en honderd centimeter sneeuw.
Onze kas stond inmiddels al drie jaar trots in de tuin.
Een plek waar ieder voorjaar opnieuw mijn plannen begonnen. De eerste zaailingen. De tomaten. Paprika’s. Komkommers. Het vooruitzicht van een nieuw moestuinseizoen.
Juist daarom hadden we destijds gekozen voor een stevige kas die een hoge sneeuwbelasting aankon.
Tenminste…
Dat dachten we.
Pas later ontdekten we dat de maximale sneeuwbelasting al ruim werd overschreden. Vijftig centimeter sneeuw was eigenlijk al meer dan waarvoor de kas ontworpen was.
En daar stonden wij dan.
Of beter gezegd…
Daar zaten wij.
Op zondagochtend.
Met een kop koffie in bed.
We hadden het nota bene over de kas.
“Hoeveel sneeuw zou die eigenlijk kunnen hebben?”
We maakten ons er een klein beetje zorgen over, maar stelden elkaar ook gerust. Hij was tenslotte gemaakt om sneeuw te dragen.
Richard stond op om even uit het raam te kijken.
Hij bleef een paar seconden stil.
Draaide zich naar mij om.
En zei heel rustig:
“De kas is ingestort.”
Ik begon te lachen.
“Ja hoor…”
We hadden het er nét over gehad. Natuurlijk maakte hij een grap.
Maar hij lachte niet terug.
Ik liep naar het raam.
En daar lag hij.
Onze kas.
Volledig ingestort onder het gewicht van de sneeuw.
Dat moment vergeet ik nooit meer.
Niet alleen omdat de kas kapot was.
Maar omdat in één klap alle plannen voor het voorjaar verdwenen.
In mijn hoofd was ik al bezig met zaaien. Met de eerste tomatenplantjes. Met alles wat daar weer uit zou groeien.
En ineens was er geen kas meer.
Wat een jaar zonder grote projecten had moeten worden, veranderde in één enkel moment weer in een enorme bouwklus.
Op zo’n moment kun je boos worden.
Verdrietig zijn.
Of je afvragen waarom juist nu.
En natuurlijk hebben we dat allemaal even gevoeld.
Maar uiteindelijk deden we wat we inmiddels misschien wel het beste hebben geleerd sinds we in Zweden wonen.
We haalden diep adem.
Keken naar wat er nog wél was.
En begonnen opnieuw.
Want dat is misschien wel wat het leven met de natuur je leert.
Je kunt nog zo goed plannen.
Nog zo goed voorbereid zijn.
Uiteindelijk heeft de natuur altijd het laatste woord.
En juist dat maakt het leven hier zo bijzonder.
Ben je benieuwd hoe dat eruitzag? In onze vlog zie je de beelden van het moment waarop we ontdekten dat de kas was ingestort en hoe we de schade aantroffen. Achteraf ben ik blij dat we die beelden hebben vastgelegd. Niet omdat het leuk was, maar omdat ze laten zien dat ook dit onderdeel is van het leven in Zweden.
Reactie plaatsen
Reacties