Wanneer de uien geoogst zijn, begint voor mij eigenlijk pas het leukste gedeelte.
Maandenlang heb ik ze zien groeien. Van een klein plantje in het voorjaar tot een stevige ui die klaar is om de winter door te komen. En juist omdat er zoveel tijd en aandacht in heeft gezeten, vind ik het zonde om ook maar iets verloren te laten gaan.
In onze moestuin probeer ik zoveel mogelijk te leven volgens het ritme van de natuur. Dat betekent niet alleen zelf groenten verbouwen, maar ook leren kijken naar wat iedere plant nog te bieden heeft. Een ui is voor mij dan ook veel meer dan alleen de bol die uiteindelijk op je bord belandt.
Iedere ui krijgt zijn eigen bestemming
Wanneer alle uien gerooid zijn, sorteer ik ze op formaat.
Niet omdat de mooiste vooraan mogen liggen, maar omdat iedere maat zijn eigen bestemming krijgt.
De grote uien zijn bedoeld om de winter door te komen. Dat zijn de bewaaruien die straks aan mooie vlechten in huis hangen.
De kleine uien krijgen juist weer een heel andere rol. En uiteindelijk blijkt dat er eigenlijk geen enkele ui is die geen bestemming krijgt.
De grote uien mogen rustig drogen
Na het oogsten leg ik de grootste uien op een zelfgemaakt droogrek van kippengaas.
Zo kan de lucht er van alle kanten goed langs en drogen de uien langzaam en gelijkmatig. Dat drogen is belangrijk, want alleen een goed gedroogde ui laat zich maandenlang bewaren.
Ik laat het loof tijdens het drogen gewoon aan de ui zitten.
Pas wanneer het volledig is ingedroogd, begin ik met vlechten.
Dat is misschien wel mijn favoriete moment van de uienoogst. Langzaam ontstaan er prachtige trossen die niet alleen praktisch zijn, maar ook iets vertellen over het seizoen dat achter ons ligt. Ze hangen vervolgens maandenlang in huis en iedere keer dat ik er één afknip, word ik weer even herinnerd aan de zomer waarin ze groeiden.
Zelfs het loof krijgt een tweede leven
Wanneer de vlechten klaar zijn, blijft er natuurlijk loof over.
Waar veel mensen dat weggooien, kijk ik altijd eerst of het nog een functie kan krijgen.
Van het droge uienloof maak ik namelijk touw.
Het is verrassend sterk, helemaal natuurlijk en past precies bij mijn manier van leven. Het hoeft niet perfect te zijn. Juist het idee dat iets wat anders op de composthoop zou verdwijnen nog een laatste bestemming krijgt, maakt het voor mij waardevol.
Het verse loof gaat de vriezer in
Niet alle uien zijn groot genoeg om maanden te bewaren.
Van de kleinere uien knip ik eerst het frisse groene loof af.
Dat snijd ik fijn en vries ik direct in.
Zo heb ik het hele jaar door een voorraadje dat ik kan gebruiken alsof het verse bosui is. Heerlijk door een omelet, soep, salade of een roerbakgerecht.
Vaak vergeten we dat ook het jonge uienloof eetbaar is. Terwijl juist daarin nog zoveel smaak zit.
Kleine uien voor volgend jaar
Tussen de oogst zitten ook uien die ongeveer het formaat hebben van een pootui.
Die droog ik mét loof en bewaar ik apart.
Volgend voorjaar krijgen ze opnieuw een plekje in de moestuin.
Zo hoeft niet iedere nieuwe oogst weer helemaal opnieuw te beginnen.
De kleinste uitjes verdwijnen in zoetzuur
De allerkleinste uitjes zijn vaak te klein om lang te bewaren.
Maar juist daarvoor heb ik misschien wel de lekkerste bestemming.
Ik maak er ouderwetse Amsterdamse uitjes van.
Een heerlijk zoetzuur recept waar Richard ontzettend dol op is. Ze verdwijnen hier regelmatig op een borrelplank, naast een Hollandse maaltijd of juist bij een Italiaans of Oosters gerecht.
Juist die kleine uitjes, waar je misschien snel aan voorbij zou lopen, blijken uiteindelijk vaak het lekkerst.
De misvormde uien verdwijnen niet
Niet iedere ui groeit mooi rond.
Sommige zijn gespleten, beschadigd of hebben een vreemde vorm.
Toch smaken ze precies hetzelfde.
Deze uien maak ik schoon, versnipper ik en vries ik in kleine porties in.
Zo heb ik altijd een voorraad gesneden ui klaar voor een soep, saus of stoofgerecht. Dat scheelt tijd én voorkomt dat er iets wordt weggegooid.
Uiteindelijk gaat alles terug naar de tuin
Wat er dan nog overblijft?
Vrijwel niets.
De worteltjes, de schillen, het loof dat niet meer bruikbaar is en alle andere resten verdwijnen op de composthoop.
Daar verandert het langzaam weer in voedzame compost.
En die compost gaat uiteindelijk terug naar de moestuin.
Misschien wel precies op de plek waar volgend jaar opnieuw de uien groeien.
Ik vind dat een mooi idee.
Dat een oogst eigenlijk nooit echt eindigt, maar steeds weer het begin vormt van een nieuw seizoen.
Meer dan alleen een ui
Soms vragen mensen mij waarom ik zoveel moeite doe om alles te bewaren en te verwerken.
Voor mij heeft dat weinig met zuinigheid te maken.
Het is vooral een vorm van respect.
Respect voor de tijd die de natuur nodig had om iets te laten groeien. Respect voor de aarde waarin het groeide. En respect voor het werk dat je er zelf in hebt gestoken.
Juist daarom probeer ik zo weinig mogelijk verloren te laten gaan.
Van het eerste groene loof in het voorjaar tot het laatste restje compost dat weer terugkeert naar de tuin.
Zo wordt een eenvoudige ui ineens veel meer dan alleen een ingrediënt.
Hij vertelt het verhaal van een heel seizoen.
Reactie plaatsen
Reacties