Ik verlangde naar een winter die alles stil zou maken ❄️

Gepubliceerd op 14 januari 2026 om 12:46

Soms verlang je niet naar een seizoen omdat je het mooi vindt.

Soms verlang je ernaar omdat je het nodig hebt.

Zo voelde de winter voor mij dat jaar.

We hadden een ontzettend druk jaar achter de rug. Zo’n jaar waarin het ene project bijna ongemerkt overgaat in het volgende en je pas veel later beseft hoeveel je eigenlijk van jezelf hebt gevraagd.

We schilderden het huis. Renoveerden de ramen. Onze slaapkamer werd volledig aangepakt, inclusief de vloer die we schuurden. En alsof dat nog niet genoeg was, verbouwden we ook de keuken en kwam er een compleet nieuwe keuken in.

Alles was mooi.

Alles was de moeite waard.

Maar het was ook veel.

 

Tussendoor ging natuurlijk het gewone leven gewoon door. En ook de moestuin vroeg aandacht.

Gek genoeg was juist die moestuin vaak mijn toevluchtsoord.

Wanneer mijn hoofd vol zat of ik merkte dat de stress opliep, ging ik naar buiten. Even met mijn handen in de aarde. Onkruid trekken, planten verzorgen of gewoon een rondje langs de bedden lopen.

De moestuin voelde nooit als nóg een klus.

Daar kon ik ademen.

Misschien was dat ook wel de reden waarom ik zo lang ben doorgegaan.

Ik had mijn kleine ontsnappingsplek en daarna kon ik weer verder.

Pas toen we eindelijk klaar waren, was het al herfst.

En ik was moe

 

Niet helemaal op, maar wel lichtelijk oververmoeid. Alsof mijn lichaam ineens besefte dat het tempo van de maanden daarvoor niet eindeloos vol te houden was.

Normaal gesproken hou ik zo van die overgang van zomer naar herfst.

Het moment waarop de tuin langzaam verandert. Wanneer de groei afneemt, de eerste bladeren verkleuren en alles om je heen lijkt te zeggen dat het tijd is om af te ronden.

Oogsten.

Opruimen.

Loslaten.

Langzaam naar binnen bewegen.

Dat jaar had ik daar zo graag bewust in mee willen gaan.

Ik had de seizoenen willen volgen zoals ik dat het liefst doe. Aan het einde van de zomer wat rustiger worden. Dingen afronden voordat de herfst echt begint. De tuin klaar maken voor de winter en tegelijk ook mezelf voorbereiden op een ander ritme.

Maar daar was geen tijd voor geweest.

Alles liep achter.

De klussen liepen door. Het opruimen kwam later. De tuin moest nog. Er waren nog dingen die gedaan moesten worden en steeds opnieuw schoof dat moment van rust iets verder van me vandaan.

En toen werd het winter.

Tenminste, volgens de kalender.

Want buiten leek het weer daar weinig boodschap aan te hebben.

Het bleef opvallend zacht en prima weer.

En mooi weer doet iets met mij.

 

Als de zon schijnt en het buiten aangenaam is, voel ik bijna automatisch dat ik naar buiten moet. Dan zie ik een klusje. Een hoekje in de tuin. Iets wat nog kan worden opgeruimd of afgemaakt.

Buiten zijn voelt voor mij zelden als een straf.

Maar dat was precies het probleem.

Want eigenlijk had ik de energie niet meer.

Mijn hoofd zag nog genoeg om te doen, terwijl mijn lichaam steeds duidelijker om rust vroeg.

En ik begon naar sneeuw te verlangen.

Niet naar een klein winters buitje.

Ik wilde een dikke laag.

Sneeuw die alles zou bedekken.

De tuin.

De klussen.

Alles wat ik nog zag liggen.

Een witte deken over de wereld.

Misschien klinkt het vreemd, maar voor mij voelde het bijna alsof ik toestemming nodig had om niets te doen.

Zolang ik buiten nog kon werken, voelde ik de mogelijkheid.

En waar een mogelijkheid is, weet ik blijkbaar altijd wel iets te bedenken.

Maar onder een dik pak sneeuw kun je weinig.

En precies daar verlangde ik naar.

Een goed excuus om naar binnen te keren.

De kachel aan.

Op de bank zitten met mijn haakwerk.

Een serie kijken op Netflix.

Thee drinken.

En verder helemaal niets.

Niet denken aan wat er nog moest.

Niet alvast vooruitlopen op het volgende project.

Gewoon even stilvallen.

De weken gingen voorbij.

Het nieuwe jaar begon en nog steeds bleef die echte winter uit.

Langzaam begon de moed me een beetje in de schoenen te zakken.

Misschien kwam hij gewoon niet meer.

Misschien werd dit zo’n winter van grijs weer, natte grond en temperaturen waarbij je altijd het gevoel houdt dat je best nog even iets buiten kunt doen.

 

En toen kwam hij.

De winter.

Eindelijk.

Met sneeuw.

Heel veel sneeuw.

Eigenlijk meer dan ik had gewenst.

Maar o, wat was het heerlijk.

In korte tijd verdween de hele wereld onder een dikke witte laag. Alles werd zachter. Stiller. Alsof de natuur eindelijk zelf op de rem trapte.

En ik deed mee.

De kachel brandde.

Mijn haakwerk lag op de bank.

Buiten lag alles waar ik me wekenlang verantwoordelijk voor had gevoeld veilig verstopt onder de sneeuw.

Ik hoefde even niets.

Of misschien beter gezegd: ik stond mezelf eindelijk toe om niets te hoeven.

Achteraf denk ik dat ik niet alleen naar de sneeuw verlangde.

Ik verlangde naar rust.

Naar een seizoen dat me zou dwingen om naar binnen te keren omdat ik zelf blijkbaar nog niet zo goed op de rem kon trappen.

En die winter deed precies dat.

Hij legde een deken over de tuin, het huis en de wereld om ons heen.

Maar misschien ook een beetje over mij.

De sneeuw bracht trouwens niet alleen rust.

Hij heeft ook voor de nodige problemen gezorgd.

Maar dat verhaal vertel ik in een andere blog. 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.